Christelijke Symbolen

De Symbolen van de Gezagsbereiken

 

             

  Ranges of Authority

1.     Administrative Authority

2.     Armed Authority

3.     Religious Authority

 

In het middeleeuwse heraldische symbolistische systeem spelen rijks- en staatssymbolen geen opvallende rol, maar zijn vrijwel afwezig. Dit heeft te maken met de omstandigheid dat rijk en staat na de deling in 395 en de (gedeeltelijke) desintegratie van het Romeinse Rijk werden gedacht als behorende tot het politieke systeem van het Romeinse Rijk dat dus in zijn oorspronkelijke Constantinische vorm geen realiteit meer was. Dit gedeelte van de politieke organisatie werd opgenomen in de Christelijke godsdienstige symboliek waarin Christus wordt voorgesteld als de wereldheerser en de wetgevende en uitvoerende macht in zich verenigd. Om deze reden wordt hij vaak afgebeeld tesamen met een zon en een maan, een constellatie die we, zoals we weten, ook bij de Chinese keizers aantreffen.

            In plaats van de zon en de maan die in de oudere systemen een belangrijke rol spelen spelen de symbolen van de gezagsbereiken in het heraldische systeem een grote rol. Deze zijn ontleend aan de symbolen die hiervoor onder Keizer Constantijn de Grote (307-337) in het Romeinse Rijk werden ontwikkeld.

           

De belangrijkste bronnen die ons over het totstandkomen van deze symbolen inlichten zijn de geschriften van Lactantius, de huisleraar van Crispus, de oudste zoon van Constantijn, en de biografie van Constantijn die geschreven is door Eusebius van Caesarea aan het eind van het leven van Constantijn. Vooral de laatste schrijver heeft veel interpretatieproblemen opgeleverd. [1] Ik zal daarom, voordat ik deze symbolen ga behandelen, de in het engels vertaalde tekst van de betreffende passages hier overnemen.

 

Lactantius schrijft:  [2]

44. 5-6 Constantine was directed in a dream to cause the heavenly sign to be delineated on the shields of his soldiers, and so to proceed to battle. He did as he had been commanded, and he marked on their shields the letter Χ, with a perpendicular line drawn through it and turned round thus at the top, being the cipher of CHRIST. Having this sign (ΧР), his troops stood to arms. [3]

 

Eusebius schrijft:

 

CHAPTER XXVIII: How, while he was praying, God sent him a Vision of a Cross of Light in the Heavens at Mid-day, with an Inscription admonishing him to conquer by that.

ACCORDINGLY he called on him with earnest prayer and supplications that he would reveal to him who he was, and stretch forth his right hand to help him in his present difficulties. And while he was thus praying with fervent entreaty, a most marvelous sign appeared to him from heaven, the account of which it might have been hard to believe had it been related by any other person. But since the victorious emperor himself long afterwards declared it to the writer of this history, (1) when he was honored with his acquaintance and society, and confirmed his statement by an oath, who could hesitate to accredit the relation, especially since the testimony of after- time has established its truth? He said that about noon, when the day was already beginning to decline, he saw with his own eyes the trophy of a cross of light in the heavens, above the sun, and bearing the inscription, CONQUER BY THIS. At this sight he himself was struck with amazement, and his whole army also, which followed him on this expedition, and witnessed the miracle. (2)

CHAPTER XXIX: How the Christ of God appeared to him in his Sleep, and commanded him to use in his Wars a Standard made in the Form of the Cross.

He said, moreover, that he doubted within himself what the import of this apparition could be. And while he continued to ponder and reason on its meaning, night suddenly came on; then in his sleep the Christ of God appeared to him with the same sign which he had seen in the heavens, and commanded him to make a likeness of that sign which he had seen in the heavens, and to use it as a safeguard in all engagements with his enemies.

CHAPTER XXX: The Making of the Standard of the Cross.

AT dawn of day he arose, and communicated the marvel to his friends: and then, calling together the workers in gold and precious stones, he sat in the midst of them, and described to them the figure of the sign he had seen, bidding them represent it in gold and precious stones. And this representation I myself have had an opportunity of seeing.

CHAPTER XXXI: A Description of the Standard of the Cross, which the Romans now call the Labarum. (1)

Now it was made in the following manner. A long spear, overlaid with gold, formed the figure of the cross by means of a transverse bar laid over it. On the top of the whole was fixed a wreath of gold and precious stones; and within this, (2) the symbol of the Saviour's name, two letters indicating the name of Christ by means of its initial characters, the letter P being intersected by X in its centre: (3) and these letters the emperor was in the habit of wearing on his helmet at a later period. From the cross-bar of the spear was suspended a cloth, (4) a royal piece, covered with a profuse embroidery of most brilliant precious stones; and which, being also richly interlaced with gold, presented an indescribable degree of beauty to the beholder. This banner was of a square form, and the upright staff, whose lower section was of great length,(5) bore a golden half-length portrait (6) of the pious emperor and his children on its upper part, beneath the trophy of the cross, and immediately above the embroidered banner.

The emperor constantly made use of this sign of salvation as a safeguard against every adverse and hostile power, and commanded that others similar to it should be carried at the head of all his armies. [4]

 

Om de passages goed te kunnen begrijpen moeten we absoluut over meer gegevens beschikken en deze kunnen uit andere bronnen, o.m. uit de numistatiek  worden gehaald. Dan blijkt dat Eusebius de symbolen beschrijft die aan het eind van het leven van Constantijn in gebruik waren nl. het crux quadrata of griekse kruis (beschreven in 28 (2)), het christogram XP op de top van een latijns kruis (beschreven in 31 (1)) en het labarum (zonder overgang beschreven in 31 (2)). Lactantius beschrijft dus nog een ander symbool nl. het staurogram ÆP. [5]

 

De verchristelijking van de staatssymboliek werd al direct door Constantijn ingezet zoals uit deze passage bij Eusebius blijkt. De „Christelijke Mythe” [6] werd vervolgens, mede door de kerkvaders, ook aangepast aan de feitelijke bestuurlijke structuur van het Rijk zoals die sinds Diocletianus bestond.  Deze ontwikkeling werd afgesloten met de aanvaarding van het idee van de Heilige Drievuldigheid of de homoousios op het 1e Concilie van Constantinopel in 381. Het leerstuk werd door keizer Theodosius I, die er een groot voorstander van was, bekrachtigd. Vanaf deze tijd werden God, Christus en de Heilige Geest geacht manifestaties te zijn van hetzelfde Opperwezen, een gedachte die dus wel in staatkundige termen kan worden begrepen maar die anderszins problemen oplevert aangezien moeilijk is in te zien hoe één drie kan zijn en omgekeerd. [7] De plaats van de keizer werd in de kerk ingenomen door Christus zelf. De vier prefecten vonden een parallel in de vier Evangelisten Johannes, Marcus, Lucas en Mattheus [8]) en de twaalf vicarissen aan het hoofd van de diocesen in de twaalf discipelen. Op deze manier werd het soms moeilijk om een afbeelding van de keizer met zijn hoge bestuursambtenaren te onderscheiden van een afbeelding van Christus met zijn discipelen.

De Christelijke institutionele symbolen werden verder uitgewerkt door de opvolgers van Constantijn en in het bijzonder door keizer Theodosius I. Dit is te zien op de zgn. Zuil van Arcadius. (uit het jaar 403). Hierop staan de symbolen van de drie secties waarin de organisatie van het  Romeinse Rijk in die tijd was verdeeld of geacht werd verdeeld te zijn. Op de Zuil wordt in het kort de structuur van het oostelijke deel van het Christelijke Romeinse Rijk weergegeven. Deze bestaat hier uit drie segmenten of gezagsbereiken. Aan het hoofd van ieder segment staan de keizer en zijn medekeizer.

 

• The Column of Arcadius in Constantinopel. [9]

 

d De Zuil van Arcadius werd in 403 opgericht op het Forum van Arcadius in Constantinopel. Hij werd in 1729 gesloopt maar er zijn in de 16e eeuw tekeningen van gemaakt. Deze worden bewaard in het Trinity College in Cambridge.

Op de sokkel staan aan drie zijden gebeeldhouwde friezen. In de vierde zijde bevond zich de deur naar de zuil. De zijden zijn gewijd aan het bestuur, het leger en de kerk. 

 

Column of Arcadius, East side

Trinity College, Cambridge (after Grabar)

 

• Op de oostkant staat een rechthoekige lijst met daarop een crux quadrata tussen twee krijgslieden. Als met deze krijgslieden de beide keizers Arcadius en Theodius II zijn bedoeld dan is hier het bestuurlijke symbool verenigd met de imago’s en staat deze combinatie in de traditie van eerdere afbeeldingen. Het symbool wordt vastgehouden door twee engelen.

In het tweede register staan de beide keizers in toga met hun lijfwachten met schilden met christogrammen en vier hoogwaardigheidsbekleders (prefecten?).

In het derde register staan vermoedelijk de vicarissen, de bestuursambtenaren van de twaalf diocezen. Aan weerszijden daarvan, onder een ciborium, de personificaties van Rome en Constantinopel.

Het vierde register is gereserveerd voor het wapentuig van de Magister Officiorum [10]

 

Column of Arcadius, South side

Trinity College, Cambridge (after Grabar)

 

• De zuidkant begint (om technische reden) met het tweede register. Hierop staat een christogram met een A en een W, omgeven door een lauwerkroon en gehouden door twee engelen. Er naast kurassen, helmen en schilden waarvan twee met een christogram.

In het derde register staan de twee keizers in wapenrusting  met een staf en een Victoria in de hand. (vgl. het diptychon van Probus uit de kathedraal van Aosta  met een afbeelding van Honorius). Zij hebben twee geknielde gevangenen tussen zich in. Ter weerszijden van hen staan hoogwaardigheidsbekleders, vermoe-delijk de magistri militum maar het aantal hiervan komt niet overeen met die die in de Notitia Dignitatum worden genoemd. [11])

In het vierde register zouden de personificaties of de bevelhebbers (duces) staan van de provincies.

Het eerste register tenslotte is weer gewijd aan de Magister Officiorum.

 

Column of Arcadius, West side

Trinity College, Cambridge (after Grabar)

 

• Op de westkant  staat  een latijns kruis binnen een lauwerkrans  gehouden door twee engelen. Ter weerszijden twee vierspannen (quadriga’s) mogelijk de symbolen van Rome en Constantinopel.

In de tweede register staan weer de twee keizers, ook ditmaal in wapenrusting en met een staf. Als zij iets in hun andere hand gehouden hebben dan is dat verdwenen. Achter hen zouden kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders moeten staan, bijvoorbeeld de patriarchen van Rome, Constantinopel en Antiochië. Ter weerszijden staan hun lijfwachten waarvan de aanvoerders een schild met een christogram en een A en W  dragen. De overigen dragen een schild met een margrietvormige versiering. De keizers zijn hier afgebeeld als „Verdedigers van het Geloof”. In het derde register staan mannen afgebeeld in niet-romeinse dracht, zij worden opgebracht door met speren bewapende soldaten en bewijzen tenslotte eer aan een trofee bestaande uit een kruk waarop een helm, een mantel en twee schilden. Aan de voet van dit trofee zijn twee mannen bezig schilden te beschrijven. Mogelijk is hier de bekering van volkeren met kracht van wapens afgebeeld.

Het vierde register is weer voor de Magister Officiorum.

 

Twee van deze institutionele symbolen, nl. het griekse kruis en het latijnse kruis zijn in het heraldische systeem terechtgekomen en één ervan, het christogram, is verdwenen en in het heraldische systeem door een ander symbool, namelijk enige tijd door het schild, vervangen.

            In de moderne heraldiek vinden we de opvolgers van het christogram in de symbolen van de nationale strijdkrachten: het leger, de marine en de luchtmacht en tegenwoordig ook in de symbolen van de gecombineerde strijdkrachten van de verschillende landen.

 

 

Back to Main Page

 

 

© Hubert de Vries 2006.10.18. Updated 2010.07.05; 2014-03-03

 

 



[1] ) Vanwege de onduidelijke formuleringen van Eusebius worden labarum, christogram, grieks- en latijns kruis gewoonlijk door elkaar gehaald.  Zo nog door Drake, H.A.: In Praise of  Constantine. A historical Study and New Translation of Eusebius’ Tricennial Orations. Berkeley, 1976; i.h.b. de pp. 72-73 waarin hij er niet uitkomt. Ook: Casartelli Novelli, Silvana: Segni e codici della figurazione altomedievale (Spoleto, 1996) die haar hele boek door het onderscheid niet kan maken. Dat de verwarring niet van de laatste tijd is bewijzen ook Gibbon, E.: The Decline and Fall of the Roman Empire. Tome I, London, 1774, pp. 735-742; en Cecchelli, C.: Il Trionfo della Croce, Roma, 1953. Al deze auteurs halen expliciet Eusebius aan. Ook  H.J. Schalkwijk: Kruisen, een studie over het gebruik van kruistekens in de ontwikkeling van het godsdienstig en maatschappelijk leven” (Diss. Utrecht 1989) beschouwd christogram, Grieks en Latijns kruis slechts als varianten van het symbool van Christus.

[2] ) Lactantius, Lucius Coelius Firmianus: De Mortibus Persecutorum. Edited & translated by J.L. Creed. Oxford, 1984. H. 44, 1-6.

[3]) Commonitus est in quiete Constantinus, caeleste signum dei notaret in scutus atque ita proelium committeret. Fecit ut issus est et transversa X littera, summo capite circumflexo, Christum in scutus notat. (Creed). Dit symbool, bestaande uit het monogram van een Æ en een P komt vooral in de 4e en 5e eeuw herhaaldelijk voor.

[4] ) Eusebius: Life of Constantine. Introduction, translation & commentary by Averil Cameron & Stuart G. Hall. Oxford, 1999. pp. 80-82

[5] ) Er van uitgaande dat Eusebius het visioen correct heeft beschreven zou Constantijn volgens Lactantius het gegeven advies niet hebben opgevolgd omdat hij geen kruis maar een monogram op de schilden van zijn soldaten aanbracht. Creed (op.cit. p 119) meent: the staurogram was already in use in the third century as a symbol for the cross, and it would therefore be perfectly reasonable for Lactantius to interpret it as also a symbol for Christ… . Het monogram ÆP (staurogram) komt echter ook tesamen met het XP-monogram én het griekse kruis voor en moet daarom ook een andere betekenis dan deze beide symbolen hebben gehad. Ook Lactantius zelf beschrijft het kruis anders dan het staurogram nl. als het „onsterfelijke teken”: Tum quidam ministrorum scientes dominum cum adsisterent immolanti, imposuerunt frontibus suis immortale signum; quo facto fugatis daemonibus sacra turbata sunt. (Lact. 10. 2). Waarschijnlijk is dat het ÆP-monogram, althans eind 4e - begin 5e eeuw, als onderscheidingsteken werd gebruikt door de magistri militum  die in de militaire hiërarchie een trapje lager stonden dan de keizer en de caesaren.

[6] ) Deze term wordt hier gebruikt in de zin van Levi-Strauss’  Le Pensée Sauvage. (1962)

[7] ) Op dit punt dolf in de 13e eeuw Ruusbroec op zijn reis naar China dan ook het onderspit in de discussie met Chagatai Khan.

[8] ) Andere evangelisten zoals Thomas, moeten om deze redenen niet in het Nieuwe Testament zijn opgenomen.

[9]) Grabar, A.: L’Empereur dans l’art byzantin: Recherches sur  l’art officiel de l’empire d’orient. Paris, 1936. Repr. London, 1971. pp. 74-84. Pl. XIII-XV.

[10]) Vgl. Berger, Pamela The Notitia Dignitatum. Diss. 1974. Revised ed. 1981. N° 59 (fol. 207r°).

[11] ) In de Notitia worden genoemd: voor het Westen: de magister peditorum en de magister equitum; voor het Oosten: de magistri militum voor de troepen in Praesens I en II, in  Illyricum, in Oriens en in Thracië. Het ereteken voor de magistri in het Westen was een ivoren plaquette met gouden hoeken en een keizers-portret in het midden. Dit ereteken hebben zij gemeen met de hoogwaardigheidsbekleders aan het hof. Het ereteken voor de magistri militum in het Oosten was een ivoren plaquette met drie gouden banden en een keizersportret in het midden.  Afgebeeld in Berger, P.,  op.cit. 1981 n°s  49, 55, 3, 5, 7, 9, 11. Zie ook:  Notitia Dignitatum.