De  Nederlandse Marine

 

De Admiraliteit 1584 -1795

 

HET COLLEGE SUPERINTENDENT

Terug naar Nederland

 

 

BIJ INSTRUCTIE VAN 18 AUGUSTUS 1584 ART. 12 WERD HET BEHEER VAN DE admiraliteitszaken opgedragen aan de Raad van State. De Raad kreeg daarbij tevens de bevoegdheid om „daar het van noode wezen zal” afzonderlijke admiraliteitscolleges op te richten die aan haarzelf verantwoording schuldig zouden zijn. [1]  Gebruik makend van deze bevoegdheid werden bij resoluties van de Raad van State van 17 september en 1 november 1584  „subalterne collegiën” voorzien die het beheer zouden krijgen over „de zaken van de admiraliteit als van buiten en anderszins” en op 1 januari 1585 in dienst zouden treden. Deze „subalterne collegiën”  zouden op het gebied van financiën en beleid steeds verantwoording af te leggen hebben aan de prins en de Raad van State.   

 

 

Wapen van de Raad van State,  belast met de admiraliteitszaken van 1584 tot 1588

 

Het stuk behoorde tot de inventaris van het Admiraliteitshuis of Prinsenhof dat  werd ondergebracht in het v.m. St. Agnietenklooster, dat daartoe in 1586 beschikbaar werd gesteld. In 1607 werd het oude klooster geheel verbouwd. De vergaderingen van het admiraliteitscollege van het Noorderkwartier werden beurtelings hier ter stede en in Enkhuizen gehouden. [2]

(Coll. Westfries Museum, Hoorn. Foto H.d.V.)

 

In 1588 werd de Raad van  State van het beheer van de admiraliteitszaken ontheven en gingen deze bevoegdheden over naar de Staten Generaal. [3] Deze delegeerde het beheer over de admiraliteitszaken aan een „College Superintendent”.

 

Het College Superintendent.

 

Onder de bevoegdheden van het „College Superintendent” viel „de superintendentie, bevel en gezag over al de particuliere collegiën van de admiraliteit in alle zaken aangaande den oorloge te water, midsgaders de directie en ’t beleid van de equipagie en de middelen daartoe dienende”. Zij verving in dat opzicht dus de Raad van State

            Voorzitter van het College zou prins Maurits zijn en de leden zouden hem op „alle voyagiën en van d’eene stad naar dandere, daar zijne Excellentie reizen zal” moeten begeleiden om de lopende zaken af te handelen. Het College had verder de beschikking over een secretaris. Het zegel van het college zou bewaard worden door de prins of door wie hem als voorzitter kwam te vervangen.

            Het „College Superintendent” werd van het begin af aan geboycot door de Staten van Zeeland die niets voelden voor de inmenging van de centrale overheid in hun zaken, ook al omdat hiermee veel geld gemoeid was. Zij weigerden lange tijd de voor hen voorziene afgevaardigden te benoemen. Ondanks de tegenwerking van Zeeland is in 1597 wel een compromis bereikt waarbij de benoeming van de leden van de Admiraliteitscolleges aan de goedkeuring van de Staten Generaal werd onderworpen, maar in feite werden de admiraliteitscolleges in verregaande mate autonoom. Herhaalde pogingen van de Staten Generaal om tot een centraal geleide zeemacht te komen liepen steeds op niets uit. [4]

            De consequentie van deze periode waarin er eigenlijk nog niets geregeld was, is in heraldisch en sigillografisch opzicht dat ook geen specifieke symbolen konden worden gebruikt behalve die van de verschillende staten en van de „admiraal van de zee” die de zeezaken in deze periode behartigden. De eerste symbolen die betrekking hebben op de zeemacht van de Republiek en van de verschillende bestuurscolleges die daarin actief waren verschijnen daarom pas op het ogenblik dat in 1589 een min of meer definitieve regeling tot stand was gekomen.

 

De wapencompositie van het College Superintendent

Het wapen  van het „College Superintendent van de Admiraliteit” komt voor het eerst voor op het zegel van dit college uit 1590. Het bestaat uit het (ongekroonde) wapen van de Staten Generaal, geplaatst op twee gekruiste ankers. Het wapen van de Staten Generaal was in die tijd goud met een rode leeuw met zwaard en pijlbundel. [5]

 

 

 

 

Zegel van de Raden ter Superintendentie, 1590.

 

Het wapen op het zegel is goud, een rode leeuw gewapend met een zwaard en in zijn linkerklauw een bundel pijlen. Het schild geplaatst op twee gekruiste ankers. Het wapen is ongekroond omdat de Staten Generaal in 1590 niet souverein waren. [6]

 

Tijdens het 1e Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) verschijnt het wapen van het College Superintendent ook in beeldhouwwerk. Het bestaat dan uit het wapen van de Staten Generaal geplaatst op gekruiste ankers en is gekroond door een koninklijke kroon van vijf fleurons, vier parels en drie beugels, gevoerd met een hoge muts. Logischerwijze zou op dit wapen een rode leeuw moeten staan op een gouden veld. Evenmin echter als er oudere afbeeldingen van dit gekroonde wapen zijn gevonden, zijn de kleuren van dit wapen overgeleverd.

 

Grenspaal op de grens tussen Staats Brabant en de Zuidelijke Nederlanden op de weg tussen Budel en Hamont-Achel.

 

Op de paal, anders dan het bordje vermeldt, staat het wapen van het College Superintendent met kroon, ankers en letters. De kroon op het wapen lijkt op die op het staatswapen van het Kruithuis in Delft, 1660. Dit is de tot nu toe oudst bekende afbeelding van het wapen van het College Superintendent met kroon.

 

 

Tegelijk met de omkering van de kleuren van het wapen van de Republiek in de tijd van de Vrede van Breda (1667) verschijnt ook een wapen van het Admiraliteitscollege in kleur. De wapenspreuk van de Staten Generaal maakte deel uit van de wapencompositie.

 

 

Wapen van het College Superintendent van de Admiraliteit.

Op een wapenbord van de Gecommitteerde Raden van de Admiraliteit van Friesland, omstreeks 1670 gesneden door Hermannus van Arnhem. Het wapen van het admiraliteitscollege van Friesland is aan dit wapen identiek met dat verschil dat daaraan de letters AIF (Admiraliteit in Friesland) zijn toegevoegd. Onder het wapen en lint met de wapenspreuk CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT, de wapenspreuk van de Staten Generaal. Dit is de oudste afbeelding van het wapen van het College Superintendent in kleur. (Gem. Museum Het Hannemahuis, Harlingen).

 

Er zijn geen voorbeelden van dit wapen van het College Superintendent bewaard gebleven die dateren van vóór het midden van de 17e eeuw. Specimina van zulke wapens zijn te vinden in Rotterdam en in Friesland.  Ook in ’s Lands Zeemagazijn in Amsterdam hing zo’n wapen, net zoals in Harlingen begeleid door de wapens van de gecommitteerden. [7]  Ook stond dit wapen op het zegel van het College Superintendent en is het te vinden op enkele bewaard gebleven bronzen kanonnen. In de 18e  eeuw werd de kroon op het wapen vermeerderd met twee beugels. Het wordt vanaf die tijd ook steeds begeleid door de letters P P P, de beginletters van de wapenkreet Pugno Pro Patria (= Ik Strijd voor het Vaderland) die in 1572 voor het eerst werd gebruikt bij het beleg van Leiden.

 

1E STADHOUDERLOZE TIJDPERK

1650-1672

                                                                         

* Schoorsteenstuk in de Admiraliteitskamer van het Binnenhof

Gedurende het 1e Stadhouderloze Tijdperk werd het Admiraal-Generaalschap waargenomen door de Staten Generaal en in het bijzonder door Raadpensionaris Johan de Witt die veel aandacht aan de Marine besteedde.

In dat kader werd ook in 1665 de spiegel van het vlaggeschip de 7 Provinciën voorzien van de wapencompositie van de Staten Generaal.

Bij zgn Acte van Harmonie van 31 mei 1670 werd Willem III uitgesloten van enige regeringsmacht. Deze situatie duurde niet lang. Tijdens de 3e Engelse Oorlog won de prins zoveel aan invloed dat de Staten van Zeeland op 2 juli 1672 gedwongen werden om hem als stadhouder te benoemen. Twee dagen later volgden andere provincies en op 8 juli benoemden de Staten Generaal de prins tot kapitein-admiraal-generaal, waarmee het Eeuwig Edict in feite was herroepen.

Tegen deze achtergrond moet het schoorsteenstuk worden gezien dat zich thans in de werkkamer van de minister-president op het Binnenhof in Den Haag bevindt.[8]] Dit stuk is afkomstig uit de oude admiraliteitskamer en werd bij de verbouwing in 1882 behouden en verplaatst. De admiraliteitskamer  bevond zich ‘ten westen van de Trêves-Kamer’ ‘zijnde het verste de vergaderkamer voor Gedeputeerden van de Collegien der Admiraliteiten…..[9]

Het stuk stelt een zeegezicht voor met een linieschip en een statenjacht, geplaatst binnen een cartouche omgeven door een guirlande van zeevruchten en bekroond door een Neptunuskop. Onderaan het stuk staat een met een wereldbol gevuld cartouche bekroond met een kroon van vijf fleurons en vier parels en overhuifd door een rode met parels bezette muts. De beide cartouches worden ondersteund door twee zeemeermannen. Achter hen zijn nog twee zeekindertjes (!) afgebeeld die ieder een anker vasthouden.

Goudeau vermeldt: (bij de in 1976 afgeronde restauratie van het Binnenhof werd het) ‘doek schoongemaakt en in bescheiden mate hersteld…. Hierbij bleek een aanvankelijk opgezet Staten-embleem met leeuw nog in de natte verf te zijn overgeschilderd met de globe.’

Het is dus waarschijnlijk dat de (anonieme) schilder [10] juist met de wapencompositie bezig was toen de politieke situatie ingrijpend werd gewijzigd en de bevoegdheden van de Staten Generaal op het gebied van de zeemacht werden overgedragen aan Willem III. Aangezien de verf nog nat was moet het schilderij in juli 1672 zijn geschilderd en de verandering in het onderste cartouche al direct na 8 juli 1672 zijn aangebracht.

Voor deze datum spreekt ook de vorm van de kroon die vrijwel identiek is aan de kroon die staat op het wapen van het College Superintendent op een wapentableau dat zich thans in het Hannemahuis in Harlingen bevindt. Dit wapentableau dateert uit 1670.

Ondanks het feit dat de ‘Gedeputeerden van de Collegien der Admiraliteit’ dus tijdens het 2e Stadhouderloze Tijdperk eveneens in admiraliteitskamer vergaderden, werd de globe dus niet overgeschilderd met de generaliteitsleeuw. 

 

 

Wapencompositie op het schoorsteenstuk in de Admiraliteitskamer van het Binnenhof (thans werkkamer van de Minister-President).

Reconstructie van de oorspronkelijke opzet, 8 juli 1672.

 

Gevelsteen met het wapen van het College Superintendent, A° 1697.

Afkomstig van de Admiraliteitslijnbaan aan de Lagendijk.

 

Zandsteen, H. 188 cm; B. 150 cm D. 40 cm. Gewicht ca 1226 kg.  Coll. Historisch Museum Rotterdam inv. nr. 10068 A-C. Foto Website Historisch Museum Rotterdam

 

Het wapen is: [rood] een klimmende [gouden] leeuw met zwaard en pijlenbundel. Linksboven op het schild een "A", rechtsboven een "O", onder in het midden een "M" (Admiraliteit Op de Maze). Op het schild een prinsenkroon en er achter twee gekruiste ankers.

Ondanks de initialen van de Admiraliteit op de Maze is dit het wapen van het College Superintendent aangezien de Raden van de Admiraliteit van Rotterdam de leeuw op de gekruiste ankers voerden i.p.v. dat deze achter het schild geplaatst waren.

 

Wapen van het College Superintendent, 1783

 

Wapen van de Staten Generaal tussen de letters PPP, gekroond met een kroon met vijf beugels en geplaatst op twee gekruiste ankers. De letters PPP zijn de initialen van de spreuk PUGNO PRO PATRIA, het devies van de Nederlandse Strijdkrachten alias het Staatse Leger, vanaf 1572.  Op een bronzen kanon met het opschrift: Joh & Marits Fecit Hagae A° 1783.

(Coll. Scheepvaartrmuseum, Amsterdam. Foto H.d.V. 29.II.2004)

 

 

Zegel met het wapen van het College Superintendent, 1794.
(Coll. Maritiem Museum Prins Hendrik, Rotterdam)

 

Aangezien het wapen is gekroond met een kroon met drie beugels, dateert het zeker uit de 17e eeuw. Het zegel schijnt in de laatste jaren van de Republiek gebruikt te zijn door de Admiraliteit op de Maze.

 

De Marine sinds 1795

 

HET COMMITTÉ TOT ZAKEN VAN DE MARINE

 

 

De Bataafse Republiek en het Koninkrijk.

Op 27 februari 1795 werden de admiraliteiten opgeheven en vervangen door één „Committé tot de zaken van de Marine”. De wapencompositie van dit Committé was gelijk aan dat van het College Superintendent maar de kroon kwam te vervallen en het devies werd veranderd in gelijkheid, vrijheid, broederschap, zoals dat later voorkomt op het staatsblad van 4 mei 1796. [11]

 

 

Foto Anton C. Zeven

Droogzegel van de Marine, 1795.

W.: de Staten Generaal geplaatst op twee gekruiste ankers. L.: vryheid gelykheid broederschap. marine.

Zegel van de Marine

(Coll. Rotterdams Historisch Museum)

 

Het wapen van het „Committé tot de zaken van de Marine”.

 

Op de Balie  van de Westfriese admiraliteit in Hoorn.  Het wapen is Rood, een (ongekroonde) leeuw met zwaard en fasces met ingestoken bijl (!) in de natuurlijke kleuren. Het schild geplaatst  op twee gekruiste zwarte ankers met bruine ankerstokken tussen de gouden letters P P P. Het schild droeg oorspronkelijk het wapen van West-Friesland en een kroon met drie fleurons. De kroon is tegelijkertijd met het wapen afgeschaafd en overgeschilderd.  Waarschijnlijk dateert de aanpassing uit de tijd van Jacobus Spoors die agent voor Marine was van 19 februari 1798 tot 18 december 1801. In 1798 werd een nieuwe staatsregeling aangenomen en in 1801 begon een interimperiode waarin er geen minister of agent van Marine was.

Ter linkerzijde van dit wapen staat het boven afgebeelde wapen van de Raad van State. [12]

 (Coll. Westfries Museum, Hoorn. Inv. Nr. 01758. Foto H.d.V.)

 

 

LATERE LOTGEVALLEN

 

Onder Lodewijk Napoleon kwamen de wapencomposities van de afzonderlijke bestuurslichamen te vervallen en werden vervangen door het koninklijk wapen. Dat gold ook voor het ministerie van Marine en Koloniën dat kan worden beschouwd als de opvolger van het Committé tot de Zaken van de Marine uit de tijd van de Bataafse Republiek.

De door Lodewijk Napoleon gevestigde traditie werd ook gevolgd in de Franse Tijd van 1811 tot 1813 toen de Nederlandse Zeemacht onder het Franse Ministerie van Marine kwam te vallen.  Ook onder het Souvereine Vorstendom en het Tweede Koninkrijk werd het gebruik van een bijzonder symbool voor het Ministerie van Marine niet hersteld.

 

Sabelkoppel

De wapencompositie van het gekroonde wapen van de souverein geplaatst op twee ankers verscheen echter in 1815 in een andere betekenis. Het kwam te staan op het sabelkoppel van de opperofficieren van de zeemacht, omrings door een krans van lauwertakken. Aanvanelijk werd hiervoor het wapen gebruikt zoals in 1815 aangenomen.

 

Sabelkoppel 1815-’16 (Part. Coll.)

 

Na 1816 echter werd het wapen aangepast aan de nieuwe versie waarop de blokje verticaal staan. Dit werd bevestigd toen in 1824 werd bij Koninklijk Besluit een uniformvoorschrift werd aangenomen dat zowel de gala-uniformen als het daags tenue van de zeeofficieren vaststelde. Volgens dit KB kwam op de sabelkoppel behorend bij het gala-uniform van de vlagofficieren, dus de hoogste operationele functionarissen van de Marine, het koninklijk wapen op twee gekruiste ankers te staan.

Van dit sabelkoppel zijn er verschillende modellen geweest maar ze wordt tot op de huidige dag nog gebruikt. [13]

 

Sluiting van de sabelkoppel behorende bij de „ceremoniële lange jas” van de Nederlandse vlagofficieren: Het gekroonde wapen van Nederland, geplaatst op twee gekruiste ankers. Het wapen volgt het K.B. van 1815 en het ontwerp van de sluiting is dus van vóór 1907. De ceremoniële lange jas wordt nog steeds bij hoge uitzondering gedragen.

Coll. Marinemuseum, Den Helder. 2e helft 20e eeuw. Verguld messing. Inv. nr. D/007/062.

 

 

 

 

Foto:  Marinemuseum, Den Helder

 

 

Rijksjachten

In 1822 werd het rijkswapen met de ankers eveneens geplaatst op de vlag van de Rijksjachten.

 

Omdat de bezitters van particuliere vaartuigen dezelfde vlaggen voerden als zgn. rijksjachten en werkvaartuigen (van de Marine) kregen die soms geen voorrang bij sluizen en bruggen. Omdat de schippers niet zonder moeilijkheden van dit gebruik zouden zijn af te brengen stelde de minister van Marine in een brief van 26 october 1822 voor om een onderscheidingsteken aan te brengen op de vlaggen van rijksjachten en werkvaartuigen. Gekleurde modeltekeningen begeleidden de brief van de minister en waren de basis voor het K.B. van 1 januari 1823.

Volgens dit koninklijk besluit werd op de witte baan van de rood-wit-blauwe vlag van de rijksjachten het (gekroonde) koninklijk wapen op twee gekruiste ankers geplaatst. Op de witte baan van de vlag voor de werkvaartuigen kwamen de gekruiste ankers met op de kruising een hoofdletter S.

De vlag voor de rijksjachten kwam in 1887 te vervallen en tegelijkertijd werden de vlaggen voor de werkvaartuigen gewijzigd. Deze zouden voortaan in de bovenhals over de rode en de witte baan heen het symbool van de Koninklijke Marine, een gekroond onklaar anker op een wit veld, hebben. [14]

 

                              

 

Onderscheidingsvlag van Rijksjachten, 1822. [15])

Vlag: Rood-wit-blauw, op de witte baan het gekroonde rijkswapen geplaatst op twee gekruiste ankers.

 

Commandement der Zeemacht in Nederland

 

 

Wapen: In zilver een vroeg-gotisch schild van keel, beladen met een leeuw, gekroond met een kroon van drie bladeren en twee parelpunten, in de rechtervoorklauw opgeheven houdende in schuin-linke stand een ontbloot Romeins zwaard en in de linker een bundel van vijf pijlen, de punten omhoog, de pijlen tezamen geboden met een lint, alles van goud; het schild rustenden op een aan de bovenzijde uitgeschulpte schildvoet van azuur.

Kroon: Een gouden schepenkroon.

Schildhouders: een gouden koord and twee zwarte gekruiste ankers de stok in de natuurlijke kleur.

Devies: CLASSEM REGO (ik leid de vloot)  in Latijnse letters van goud op een lint van keel

Aangenomen bij Besch. 770714/748493 van 24 dsecxember 1968.

 

De vijf pijlen staan voor de vijf admiraliteiten van de Republiek. [16]

 

Wapencompositie van het Ministerie van Defensie voor de Koninklijke Marine

 

Een nieuw gebruik van het wapen van de souverein op gekruiste ankers werd in 1971 gevonden. In dat jaar werd voor de afdeling voor de Marine van het Ministerie van Defensie zo’n wapen, aangevuld met de spreuk „pugno pro patria”, aangenomen. [17] Aangezien deze afdeling zeer wel te vergelijken is met het College Superintendent uit de tijd van de Republiek, is een traditie op zinvolle wijze voortgezet 

 

 

 

W.: Het Koninkrijk der Nederlanden, gedekt met een koninklijke kroon en geplaatst op twee gekruiste zwarte ankers. D.: pugno pro patria in gouden letters op een blauw lint. (Beschikking 814954/802206 van 26 december 1971) Ten opzichte van de oudere wapencomposities die betrekking hebben op de Admiraliteit en de Marine is dus alleen de volledig uitgeschreven uit 1572 daterende wapenspreuk pugno pro patria (Ik vecht voor het vaderland) toegevoegd.

 

 

Back to Main Page


 

 

© Hubert de Vries. Updated 2006-11-01; 2007-07-06; 2007-10-23; 2008-11-04; 2010.12.20; 2014-01-21

 

 

 



[1] ) Hullu, J.de: De Archieven van de Admiraliteitscolleges. ’s Gravenhage, 1924. P.13.

[2] ) Holland in Vroeger Tijd  (naar I. Tirion, 1743). p. 300.

[3] ) Hullu, op. cit. p. 43 e.v. .

[4] ) „Hervormingen, hetzij door de instelling van een Raad van Superintendentie of van één  Generaal College van admiraliteit (Resolutiën Holland 31 october – 11 november 1600, 15 maart 1629, 7 augustus 1648), hetzij door één van de Colleges af te schaffen of samen te voegen (als voren 22 september en 21 november 1637), zijn naderhand wel in overweging genomen maar nimmer werkelijkheid geworden.” (Hullu, op. cit. p. 58.)

[5] ) Afgebeeld bij De Jonge: Zeewezen: Dl. V pl..

[6] ) Jonge, J.C. de: Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen. Dl. 5, 1862.

[7] ) „In de kamer rechts van het portaal het wapen van de Republiek en de 16 wapens van de Raden der Admiraliteit en veroverde vlaggen en vaandels.” Uit: ’s Lands zee-magazijn, te Amsterdam, beschouwd vóór, bij en na den geweldigen brand van de V.den en VI.den Julij deezes jaars. Vooraf gaat eene naauwkeurige beschrijving van de opkomst, de inrichting en den tegenwoordigen staat der Nederlandsche Admiraliteit te Amsterdam. Bij Jan Willem Smit, 1791. Een variant is te vinden op een schilderij van Willem v.d. Velde de Oude uit 1653 (Scheepvaartmuseum Amsterdam Cat. Nr. 149). Hierop staat op de achterplecht van de Gouda uiterst rechts, het wapen van de Staten Generaal en ernaast een schild met twee gekruiste ankers tussen de letters V A (Verenigde Admiraliteiten?)

[8] ) Dit schoorsteenstuk met bijbehorende toelichting afgebeeld in Goudeau, Joh.P.M.: Van Kwartier van Hun Hoogmogenden tot Ministerie van Algemene Zaken, Kabinet van de Minister-President. Den Haag 1980, pp. 106-111

[9] ) Aldus J. de Riemer: Beschrijvingen van ’s-Gravenhage. Delft, 1730-1739.

[10] ) Het zeegezicht werd geschilderd door Alewijn Siers, die op een drijvende balk in het stuk signeerde.

[11] ) Droogzegel van de Bataafse Marine: Wapen van de Staten Generaal geplaatst op twee gekruiste ankers. L.:  gelykheid • vryheid • broederschap •. In het zegelveld: marine. Commissarissen te Amsterdam, uit het Committé tot de zaaken van de MARINE, resideerende in den Hage, aan de Municipaliteit van Wageningen. Amsterdam den 20 October 1795 Het 1e Jaar der Bataafsche Vryheid. W.g.: C.E.?-ailliant P. de Gyselaer, Subst. Secr.. Gem. Arch. Wageningen, Oud Archief 105. Betreft deserteur Hermanus de Kemp. Coll. Anton C. Zeven  dig. Een soortgelijke zegelafdruk aan een stuk uit 1799.

[12] ) De Westfriese admiraliteit was vanaf 1584 tot 1588 officieel ondergeschikt aan de Raad van State. Als niet al gelijk deze balie in 1586 is gemaakt, dan toch in 1587 toen Maurits de onrust die na het vertrek van Leicester in Hoorn was ontstaan, had bezworen. Bij die gelegenheid kan de onderwerping van de Westfriese admiraliteit aan de Raad van State heel goed zijn geratificeerd waarvan het wapen op de balie de weerslag is. Dit wordt ook niet weersproken door het feit dat op 24 janurai 1587 door Hoorn, Enkhuizen en Medemblik een verbond werd gesloten waarbij zij overeenkwamen de Westfriese vrijheden te handhaven „zonder zich evenwel te onttrekken aan de aangegane verbintenis met Holland en Zeeland en de overige Verenigde Nederlanden, die te Utrecht tot stand was gekomen”. Na 12 april 1588 was de Westfriese admiraliteit dus ondergeschikt aan de Staten Generaal en zou men dus naast dit wapen het wapen van de Staten Generaal verwachten.  

[13] ) Ze komen nog voor in de Verzameling van Verordeningen voor de Koninklijke Marine n° 170, 1965. Noch over de introductie van deze sabelkoppels, noch over de maker ervan is iets bekend. (Informatie van het Marinemuseum in Den Helder)

[14] ) Ibid. K.B. van 23 augustus 1887, nr. 22. Deze twee K.B.’s en het K.B. van 16 maart 1816 zijn te vinden in het Nationaal archief  in de collectie „Staatssecretarie”.

[15] ) Treu, H.A.: De Nederlandse Vlag en de Nederlanse Koninklijke Vlaggen. Overdruk uit: Nasporingen en Stdiën op het Gebied der Krijgsgeschiedenis. 63e en 64e jaarverslag van de Sectie Krijgsgeschiedenis der Koninklijke Landmacht. P. 25-26 fig 45-46.

[16]) Eekhout, L.L.M., O. Schutte & P.J.F. van der Pol: Emblemen van de Koninklijke Marine. Coats of Arms of the Royal Netherlands Navy. Leeuwarden, 1991. No 49

[17] ) De aanvraag voor deze wapencompositie werd in 1966 gedaan door de toenmalige staatssecretaris van Marine, vice-admiraal A. van Es. De wapencompositie werd toegekend bij Beschikking 814954/802206 van 27 december 1971. (Eekhout, L.L.M. c.s.: Emblemen van de Koninklijke Marine. Leeuwarden, 1991.)