OVERIJSSEL

 

Terug naar Nederland

 

 

 

HET WAPEN VAN OVERIJSSEL IS GOUD MET EEN RODE LEEUW MET BLAUWE tong en klauwen over een blauwe gegolfde dwarsbalk. [1]

 

In de romeinse tijd lag het huidige Overijssel ten noorden van de "Limes", de romeinse rijksgrens die langs de Rijn en de Donau liep van Katwijk tot Constanţa in het huidige RoemeniŽ. In het romeinse leger in het Oosten dienden in de late keizertijd twee legioenen die uit Overijssel afkomstig waren, nl. de Salii uit Salland en de Tubantes uit Twente. Op hun schilden stond een soort staak met daarop een bol afgebeeld. [2] De Salii treffen we later in Brabant aan en uit deze stam kwam het beroemde heersersgeslacht van de SaliŽrs voort waartoe de romeinse keizers in de elfde eeuw behoorden.

 

Het Oversticht

In de middeleeuwen maakten de landschappen Twente, Salland en Vollen≠hove deel uit van het bisdom Utrecht. Het gebied stond bekend als Oversticht nl. dat deel van het Sticht dat, vanuit Utrecht gezien, achter de Veluwe en aan gene zijde van de IJssel lag. De landsheer was er de bisschop. Deze voerde vanaf het eind van de dertiende eeuw zijn persoonlijk wapen in combi≠natie met het wapen van het bisdom dat een wit kruis was op een rood veld.

Bij de overdracht van de souvereiniteit over het Sticht en het Oversticht door de utrechtse bisschop aan Karel V op 7 januari 1528, werden de drie landschappen met de naam "Overijssel" of "Transissula≠nia" een aparte provincie in de nederland≠se bezittingen van Karel V. Hij werd op 25 maart van hetzelf≠de jaar door de ridderschappen van de drie kwartieren en de steden Deventer, Zwolle en Kampen als landsheer gehuldigd. Voor het gebied, dat hem afgestaan was in zijn functie van Graaf van Holland, droeg Karel V de titel "Dominus Transyssa≠lania" (Heer van Overijs≠sel).

Hetzelfde jaar nog verschijnt een wapen voor de nieuwe provin≠cie. [3] Het staat voor het eerst op het zegelstempel van de Hollandse Rekenka≠mer. Het randschrift hiervan luidt: "Camere Computorum Hol. Zeel. Fri. Trai. Transis.". De vijf wapens die zich op het middenveld bevinden corresponderen met dit randschrift. Het laatste is een schild met een dwarsbalk waaroverheen een leeuw. Op een rekenpenning die in 1532 werd geslagen staat hetzelfde wapen maar de balk is nu gegolfd. Uit latere afbeeldingen blijkt dat het veld goud is, de leeuw de hollandse en de balk blauw. Het is daarom, in overeenstemming met de positie van Karel V in Overijssel, een breuk van het wapen van Hol≠land. Dit wapen is tot op de huidige dag het wapen van Overijssel gebleven. In varianten wordt soms de balk weer recht of wordt de leeuw achter de balk geplaatst maar dit berust gewoonlijk op slordigheid van de tekenaar.

Door Filips II werd behalve het gewestelijke wapen apart in Overijssel een bijzonder landsheerlijk wapen gebruikt. Het staat op het zegelstempel van het Hof van Kanselier en Raden van Overijssel uit ca. 1560. Hierop staat het wapen met de leeuw en de gegolfde balk op een ingedreven spits in het koninklijk wapen.

 

De Souvereine Provincie.

Nadat Overijssel zich in 1584 bij de overige noordelijke gewesten had aangesloten, traden de Staten in de souvereine rechten van Filips II. In een resolutie van 27 juni 1593 wordt een grootzegel vermeld "in welcke grote segel deser lantschap wapen, te weten de leuwe met den stroem, gesteken sal worden mit die omschrift Sigillum Ordinum Tran≠sissulaniae, om het cachet Transissulania". [4] Op het zegel dat het volgende jaar schijnt gemaakt te zijn en op 1 november 1594 voor het eerst werd gebruikt, hangt het wapen aan een lint en is het gekroond met een lauwerkroon. Twee leeuwen dienen als schildhouders.

In druk wordt deze wapencompositie niet gevolgd. Aanvankelijk blijven in publikaties alle pronkstukken weg maar vanaf het midden van de zeventiende eeuw (en vermoedelijk samenhangend met de Vrede van Munster waarbij de souvereiniteit van het gewest internationaal werd erkend) verschijnen er leeuwen als schildhouders bij het wapen. De kroon op het wapen werd een probleem. Klaarblijkelijk vond men de lauwerkroon toch niet passend. Daardoor kreeg men te maken met de omstandigheid dat er in het tradi≠tionele systeem van rangkronen er geen te vinden was die overeen≠kwam met de titel "Domi≠nus", en een graafschap of hertogdom was Overijssel niet geweest. Tijdens de Repu≠bliek verschijnt er op het wapen van Over≠ijssel dan ook een grote variŽteit aan kronen, van een kroon met drie bladeren tot een keizer≠lijke.††

Tijdens de bezetting van Overijssel door de aartsbisschop van Keulen en de bisschop van Munster in de jaren 1672-'73 is een zegel gebruikt waarop een wapen staat dat meer in de traditie van Filips II is samengesteld. Het rechterdeel van het middenveld van het zegel wordt ingenomen door de kwartieren van het wapen van Keulen en het linkerdeel door die van Munster. Het wapen met de leeuw en de gegolfde balk staat in het midden als hart≠schildje. [5]

 

Latere Ontwikkelingen

In de staatsregeling van 1798 werd Overijssel samengevoegd met Drenthe tot het "Departement van den Ouden IJssel". In deze tijd werd gezegeld met het embleem van de Bataafsche Republiek. [6] Na het inwerkingtreden van een nieuwe grondwet op 21 juni 1802, waarbij het departement werd herdoopt in "Overijssel", werd ook het oude wapen weer hersteld. Nog vůůr het einde van het jaar werd het veranderd door in het schildhoofd twee sterren toe te voegen die de beide voormalige gewesten moesten symboliseren. Nadat het departement op 19 juni 1805 weer was gesplitst werd in de bestuursvergadering van 7 augustus besloten de sterren weg te laten.

Toen tijdens de franse bezetting van 1811-'13 Overijssel "Departe≠ment des Bouches de l'Issel" heette, was het al enige tijd gebruike≠lijk met het staatswapen te zegelen. Het oude wapen met de leeuw en de balk leidde in die tijd een schaduwbestaan.

Na de bevrijding en het vestigen van het Koninkrijk der Nederlan≠den lieten de Staten van Overijssel in 1816 een nieuw zegelstempel snijden waarop het aloude wapen stond. De kroon was hierop een kroon met vijf bladeren en vier parels (een gravenkroon) waarmee het pro≠bleem met de kroon tenslotte werd opgelost. De leeuwen bleven aan≠ziend. Op een lint staat het op≠schrift "TRANSISSALANIA". [7] Deze wapencompositie werd, met weglating van het lint en de schildhoudende leeuwen in de gewone stand i.p.v. aanziend, bij K.B. van 6 mei 1950 in het gebruik door de provin≠cie bevestigd.

 

Het Wapen

 

 

Twee versierde schilden van de salische hulptroepen in de laat-romeinse tijd. Boven wit met een rode zoom, in het midden een gele figuur beladen met een zwart schijfje; onder wit met een rode zoom en een rode cirkel op een bruine zuil

Twee versierde schilden van de tubantische hulptroepen in de laat-romeinse tijd: links: wit, een rode zoom en een rode schijf met witte rand op een witte zuil, in het schildhoofd een gele stralende zon. Rechts: oranje, een witte schijf op een blauwe zuil in hte schildhoofd een rood ovaal.

 

Zegelstempel van de Hollandse Rekenkamer, 1528. (K.P.K.)

 

Onderaan twee nieuwe wapens voor de van de bisschop van Utecht verworden gebeiden:links het wapen voor het Sticht met een wit ankerkruisje op de borst van de Hollandse Leeuw, en rechts de Hollndse Leeuw over een (blauwe) balk voor het Oversticht (Overijssel).

\

Rekenpenning van de Hollandse Rekenkamer, 1532

 

In het wapen van Overijssel in de rechterbenedenhoek is de dwarsbalk nu gegolfd.

Zegelstempel van het Hof van Kanselier en Raden van Overijssel (ca1560)

(Provinciaal Overijssels Museum, Zwolle)

 

Het gekroonde wapen van Filips II omgeven door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, met toegevoeging Overijssel in een ingedreven spits.

Omschrift: SIGILLVM CONSILII PROVINCI∆ TRANSYSALANI∆ ETC.

 

Gekroond wapen van Overijssel

Op de keerzijde van dezgn. Ambassadeurspenning, 1629

 

Zilveren stempel van het tweede grootzegel van de Overijsselse Staten, 1661

 

 

Tekening van het zegel van de Overijsselse leenkamer tijdens de Keuls-Munsterse bezetting van 1672-1673

Uit: Mensema, 1986, p. 36

 

Het zegelveld is gedeeld met in de rechterhelft het wapen van Maximiliaan Hendrik van Beieren, prinsbisschop-keurvort van Keulen (1650-1688): Gekwartileerd: 1. Zilver, een zwart kruis; 2. Westfalen: Rood een wit springend ros; 3. AngriŽ: Zilver drie rode harten; Arnsberg: Blauw, een ziveren adelaar met gouden snavel en poten; Hartschild gekwartileerd van Wittelsbach en Rijnpalts.

In de linkerhelft het wapen van de bisschop van Munster, Christoph Bernhad van Galen (1650-11678): Tweemaal gedeeld en tweemaal doorsneden: 1 en 6: Corvey doorsneden van goud over rood; 2 en 8: Munster: Blauw een gouden dwarsbalk; 3 en 7: Stromberg: Doosneden van zilver overrood en drie zwarte raven op de snijlijn in het bovenste veld.; 4 en 9 Borculo: Goud, drie rode bollen. ; hartschild Van Galen: Goud drie rode weerhaken. I

n het midden: Het wapen van Overijssel. De beide helften worden gedekt door resp. een keurvorstenhoed en een gravenkroon.

Omschrift: SIGILLVM FEVDALE PROVINTI1∆ TRANSISSVLANI∆

 

Wapen van Overijssel,

Op de keten van de Orde van de Unie, 1807

De dwarsbalk recht

 

Stempel van de Vrederechter van het Departe≠ment des Bouches de l'Issel in Kampen 1811-1813

Stedelijk Museum Kampen

 

Het wapen van het Keizerrijk Frankrijk en het omschrift: JUGE DE PAIX A KAMPEN BOUCHES DE LíISSEL

Wapen van Overijssel door Zurcher, 1820

Hoge Raad van Adel, Den Haag

 

De Wapencompositie

 

In de eerste jaren van de onafhankelijkheid werden schildhouders geintroduceerd:

 

Eerste grootzegel van de Staten van Overijssel (1594)

R.A. Overijssel, Statenarchief inv. nr. 4. fol. 205

 

Het schild gekroond met een lauwerkroon en gehouden door twee leeuwen.

Omschrift: SIGILLVM ORDINVM TRANSISSVLA(niś)

 

Wapencompositie van Overijssel uit het midden van de 17e eeuw.

(R.A. Overijssel, Statenarchief inv. nr 696, dd. 1658)

 

Het wapen is nu gekroond met een kroon van vijf fleurons†††††††

 

Wapencompositie van Overijssel op de Stadhouderszetel, 1750

(Stedelijk Museum, Kampen)

 

Deze stoel is gemaakt voor de Stadhouder wanneer hij de Statenvan Overijssel moest voorzitten. Hij is gebruikt door Willem V in 1766. Op het wapen een prinsenkroon

 

Zegelstempel van het Departementaal Bestuur vna den Ouden Yssel, 1798

 

Nederlandse Maagd met altaar en leeuw (Embleem van de Bataafsche Republiek, 1796)

 

Wapencompositie van het Departement Overijssel, 1802

R.A. Overijssel, Statenarchief inv nr. 5847

 

In het schildhoofd twee vijfpuntige sterren voor de delen Drenthe en Overijssel waaruit het departement bestond.

Wapencompositi e van Overijssel

Op een kaart van de provincie, door J. Plugger, 1849

 

 

K.B. van 6 mei 1950, nr. 7.

 

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oeranje Nassau, enz., enz., enz.

††††††††††† Gezien het schrijven van Gedeputeerde staten der provincie Over≠ijssel, d.d. 16 Augustus 1949, 4e afdeling nr. 14255, houdende het verzoek een wapen voor deze provincie vast te stellen;

††††††††††† Gelet op het besluit van de Souvereine Vorst van 24 December 1814, nr. 32, en op het Koninklijk besluit van 23 april 1919, Staats≠blad nr. 181;

††††††††††† Gehoord de Hoge Raad van Adel;

††††††††††† Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 28 april 1950, nr. 35644, afdeling Binnenlands Bestuur, bureau Bestuurs≠zaken;

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††† HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

††††††††††† de provincie Overijssel te bevestigen in het gebruik van het tevoren gevoerde wapen, waarvan de beschrijving luidt als volgt:

††††††††††† In goud een golvende dwarsbalk van azuur; over alles heen een leeuw van keel, getongd en genageld van azuur.

††††††††††† Het schild gedekt met een gouden kroon van vijf bladeren en vier paarlen en aan weerszijden gehouden door een leeuw in natuurlijke kleuren.

††††††††††† Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Soestdijk, 6 mei 1950

(get.) JULIANA.

 

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN,

(get.) TEULINGS.

 

 

 

In de kop van dit artikel: Wapencompositie van Overijssel.Naar T. van der Laars, 1913

 

 

Back to Main Page

 

 

 

© Hubert de Vries1995; Updated 2018-09-23

 

 

 



[1] Vries, Hubert de: Wapens van de Nederlanden. De historische ontwikkeling van de heraldische symbolen van Nederland, BelgiŽ, hun provincies en Luxemburg. Amsterdam, 1995.

[2] Berger, Pamela: The Notitia Dignitatum. Diss. 1974. Revised ed. 1981..: Salij. fig.4 (fol. 179v) n 1; Tubantes. fig.6 (fol. 180v) n 1.

[3] Een uitgebreide studie over het wapen van Overijssel is van de hand van Mensema, A.J.: Het Wapen van Overijssel. Oorsprong, ontwikkeling en gebruik. Waan≠ders. Zwolle, 1986.

[4] Mensema op.cit. 1986 p. 19.

[5] Mensema, op.cit. 1986, p. 36 afb. 26.

[6] Schutte, Catalogus der zegelstempels, berustende in het Koninklijk Penningka≠bi≠net en enige andere verzamelin≠gen. In: De Nederlandsche Leeuw. N61 1971 n s 123-127.

[7] Mensema, op.cit. 1986 pp. 46-47. Schutte, O.: op. cit. Op een lint: TRANSISALANIA. L.: STATEN VAN OVERYSSEL. Rijksarchief Overijssel. Schutte plaatst dit zegelstempel echter in de periode van de Republiek.