SIRENE

 

 

Ba,  Sirene, Uil

 

 

Een steenuil (Athene noctua - tytonidæ (Stri-giformes)), het symbool van het volk van Athene.

EEN SIRENE WORDT VOORGESTELD ALS EEN vogel met een mensenhoofd. De vroegste voorbeelden komen, zoals wel met meer symbolen, uit Egypte en in verband met de dodencultus. Een vogel met een mensenhoofd, symboliseerde daar de ziel, Ba of Baw van de dode en vandaaruit ook het angstaanjagende karakter dat de sirene in latere opvattingen kan hebben.

Voorbeelden van sirenen komen voor op Griekse vazen uit de zesde eeuw voor Christus en het lijkt erop dat de figuur zich daarna vrijwel uitsluitend in het Griekse cultuurgebied heeft verspreid. Op Griekse grafstenen worden zij wel voorgesteld als musicerende wezens en dit sluit weer aan bij de Homerische zingende sirenen.

Sirenen komen voor in het hoofdstuk over de passage van Scylla en Charibdis in de Odyssee en zij betoverden passerende zeelieden met hun gezang zodat zij schipbreuk lijden. Odysseus liet zich aan de mast vastbinden om toch hun gezang te kunnen horen maar hij gaf zijn bemanning de opdracht hun oren met was dicht te smeren en hem niet los te maken ook al zou hij daartoe het bevel geven. Op deze manier passeerde hij veilig de Straat van Messina. Het verhaal wordt nog dramatischer wanneer men bedenkt dat met deze Homerische sirenen de jammerende

zielen kunnen zijn bedoeld van de daar verdronken zeelieden die, omdat het in de Egyptische opvatting vereiste ritueel dat hen weer met hun lichaam zou hebben moeten verenigen niet was uitgevoerd, geen rust hebben kunnen vinden. Nog mooier is dan de klaarblijkelijke jaloezie van de sirenen op hun nog levende collegæ die zij ook in het verderf willen storten

 

Een verband tussen de Sirenen en Sicilië werd later gelegd door Ovidius (43 v.- 17 n. C.) in zijn Metamorphosen maar hij houdt er een geheel andere en meer profane opvatting over de aard van deze wezens op na. Sicilië was de plaats waar Proserpina, de dochter van Ceres werd geroofd door Pluto. Bij de roof was Proserpina vergezeld geweest door de Sirenen, de dochters van de riviergod Achelaos en dus helemaal geen zielen in de Egyptische opvatting. Ovidius vervolgt dan: But how did the daughters of Achelous come to have feathers and claws like birds, while retaining their human faces? Was it because these skilful singers were among Proserpine’s companions, when she was gathering the spring flowers? And after seeking her in vain the world over, they prayed that they might fly across the waves on beating wings, so that the seas, too, might know of their anxiety. The gods consented, and suddenly they saw their limbs covered with golden plumage. But in case those melodies that fell so sweetly on the ear should be silenced, if the maidens lost their tongues, and their rich gift of song be denied expression, they retained the features of young girls, and kept their human voices. [1])

 

Vanwege hun gezang en hun associatie met de zee worden sirenen in de Middeleeuwen vaak verwart met zeemeerminnen die worden voorgesteld als een vrouw met een vissestaart. [2]) Deze figuur heeft echter een andere herkomst.

Er is geen onderzoek gedaan naar de populariteit van de figuur in de Griekse en Romeinse beeldende kunst. In de heraldiek is de figuur zeldzaam, vermoedelijk wordt steeds een adelaar met een koningskop bedoeld. In de heraldiek wordt de figuur harpij genoemd, een kwalificatie die ook wel een akelig vrouwmens ten deel valt.[3]) Bekend zijn het wapen van Neurenberg en het wapen van Oost-Friesland.

Anderzijds schijnt de sirene in het Oosten de betekenis van zielesymbool behouden te hebben en wordt met de figuur een vogel uit het Paradijs bedoeld, d.i. een in het Paradijs opgenomen ziel. In de Islamitische iconografie komt de sirene onder verschillende namen en in verschillende vormen voor. In de islamitische overlevering worden ten minste vier verschillende benamingen gebruikt: murg-i ādamī, ‘anqā, zāġsār en bahrī.” In de laatste term vinden we misschien de Egyptische Ba nog terug. De lichamen van deze wezens verschillen en ook dragen zij soms verschillende soorten hoofdtooi. De eerste twee worden zowel gevreesd als bewonderd en kunnen zowel vriendelijk als vijandig tegen mensen zijn. Allemaal leven ze in verre en ontoegankelijke gebieden. [4])

Al met al vormen de sirenen een mooi voorbeeld van de semantische verschuiving (= betekenisverandering) die een symbool in de loop van de tijd kan ondergaan. 

Het kan in dit verband misschien interessant zijn om na te gaan hoe de uil in het volksgeloof wordt geinterpreteerd. Wat uiterlijk betreft lijkt een uil wel erg veel op een Ba, vooral ook door het opmerkelijk „menselijke”gezicht. Voeg daarbij de geruisloze vlucht en de voorkeur voor de jacht bij schemering en het ligt voor de hand dat ook een uil wel als geest in de Egyptische zin werd ervaren. In deze zin is de uil in het Arabische volksgeloof terug te vinden. Hier meende men dat de ziel van de gestorvene in de vorm van een vogel, meestal een uil, rondom het lichaam waarbij hij gehoord heeft zweeft. De „zielevogel” stoot jammerklachten uit en als het het lichaam van iemand die vermoord is en die nog niet gewroken is betreft, dan hoort men in zijn geschreeuw de roep om het bloed van de moordenaar. [5])  In Europa werden uilen vaak gezien als, uiteraard boze, geesten en werden dode uilen op schuurdeuren gespijkerd. [6]) In de Middeleeuwse Europese iconografie heeft de ziel echter niets weg van een uil, sirene of Ba maar wordt hij wel voorgesteld als een miniatuurmensje dat het lichaam van de stervende ontvlucht. De uil, sirene en Ba hebben dus in de Europese cultuur wel hun boosaardigheid behouden maar hun karakter van ziel verloren.

De hypothese dat een uil in wezen het voorkomen in het echt van een sirene of Ba is en dus de ziel van een overleden mens zou zijn, doet de vraag rijzen naar de betekenis van de uil van Athene. Zo kan men zich afvragen wiens ziel daar dan mee bedoeld is. Zou het hier gaan om de „geest” van het Atheense volk?

 

 

The Baw (souls) of Ani and his wife.

Papyrus Ani.  Egypt,  1300 B.C. ca.. (British Museum Ms. 10.470. Part 7.)

 

 

 

The commentary in german on this part of the facsimile reads:

„Im Bilde stehen die Baw, die „Seelen” des Ani und seiner Frau Tjutju, über dem Grab, das oben mit einer Hohlkehle abschließt. Vor dem Grabe befindet sich ein von Lotosblumen umrankter Tisch mit einem Libationsgefäß. Die Ba-Seele wird aufgrund ihrer unbeschränkten Bewegungsfreiheit (Himmelsflug) als Vogel aufgefaßt, der mit dem Kopf des Verstorbenen dargestellt wird. Hier wird die Vereinigung mit ihrem Ba auch für die Tjutju magisch vorweggenommen. Erst wenn der mumifizierte Körper durch die Zauberkraft des Rituals verklärt worden ist, kann sich der Ba wieder mit ihm vereinigen und damit die ganzheit der Persönlichkeit wieder begründen. Die Beischrift bezeichnet Anis Seele als: b3 n Wśjr = Ba des Osiris.”  [7]

 

Big Aryballos, decorated with a Siren.

Corinthian, from Nola (Italy) 600-575 B.C. (AntikenMuseum, Berlin.)

 

 

Tombstone of a lady

In front of the stone two servants with jewel-case and mirror. On the top two sirens playing the harp and the flute.

From Athens, beginning of the 4th cent. B.C. Marble.  (Pergamonmuseum, Berlin.)

 

Foto H.d.V. ‘98

 

The funeral shield of Enno I Cirksena (r. 1483-’91) preserved in the Landesmuseum of Emden, originaties from the Mariental monastery in Norden. It shows: Sable, a harpy between four stars Or, and for crest a fleur-de-lys Or. The legend reads: In the year of Our Lord 1491 on the 19th of February, the noble Lord Enno, knight and second count of Eastern Frisia passed away

 

 

The Bird of  Paradise Sirin

Russia, 1st half of 19th cent.  Coll. State Historical Museum, Moscow

 



[1] In de Penguin vertaling, p. 130.

[2] Zo in de wapencomposities van Josef Bonaparte en Joachim Murat voor Sicilië waar het heet: 19. Due Sirene, che sostengono lo scudo delle armi della Corona. Una di esse porta il cornucopia, e l’ancora; e l’altra il cornucopia, ed un timone antico. Afgebeeld zijn meerminnen.

[3]  Het woordenboek meldt: L. Harpyia, G. Harpula = mythisch roofzuchtig monster, v. G. harpax = roofzuchtig]  helleveeg, heks, feeks.

[4]  Meer in Gierlichs, Joachim: Drache . Phönix . Doppeladler. Fabelwesen in der islamischen Kunst. Berlin, 1993, pp. 23-25.

[5]  Gattiker, Ernst & Luise: Die Vögel im Volksglauben. Wiesbaden, 1989, p. 342.

[6]  „Een valk of uil op de achterdeur gespijkerd, houdt de mussen van het koren.” (Gelderse Volksalmanak voor 1845, p. 56.)

[7]  Papyrus Ani, BM 10.470. Vollständige Faksimile-Ausgabe im Originalformat des Totenbuches aus dem Besitz des British Museum. Kommentar Edmund Dondelinger. Graz, 1978. Tafel 7 p. 58.